ECLI:NL:RVS:2025:3548
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en toekenning verhoogde planschadevergoeding na gebrekkige waardering WOZ-waarde
In deze bestuursrechtelijke procedure stond de waardering van een woning centraal in het kader van planschadevergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister van Klimaat en Groene Groei niet had voldaan aan een eerdere tussenuitspraak waarin zij was opgedragen het gebrek in het besluit van 29 juni 2021 te herstellen. Dit gebrek betrof het niet inzichtelijk maken waarom de WOZ-waarde van 1 januari 2017 niet teruggerelateerd hoefde te worden naar de planschadepeildatum van 20 juni 2015.
De deskundige Gloudemans had in haar advies gesteld dat zij niet was aangesloten bij de WOZ-waarde van €400.000,-, maar de Afdeling concludeerde dat dit niet voldoende was onderbouwd. De minister had deze reactie overgenomen zonder nadere uitleg. De door appellant ingeschakelde deskundige Landraad stelde dat de waarde van de woning op de peildatum €381.396,11 bedroeg, wat niet voldoende werd weersproken.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit voor zover de planschadevergoeding was vastgesteld op €11.600,- en bepaalde dat appellant recht heeft op een vergoeding van €30.203,89, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werd het besluit in stand gelaten voor toegekende deskundigenkosten en het drempelbedrag. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Appellant krijgt een verhoogde planschadevergoeding van €30.203,89 plus wettelijke rente, en het eerdere besluit wordt vernietigd.