ECLI:NL:RVS:2025:3564
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- C.H. Bangma
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing compensatie afgeloste private schulden in Hersteloperatie Toeslagen
Deze uitspraak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot compensatie voor meerdere afgeloste private schulden in het kader van de Hersteloperatie Toeslagen. De minister had de aanvraag deels afgewezen omdat schulden die vóór 30 april 2021 waren afgelost niet voor compensatie in aanmerking komen volgens artikel 4.3 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De rechtbank had het beroep van appellant deels gegrond verklaard voor enkele schulden die na de lichte toets waren afgelost, maar het beroep ongegrond verklaard voor schulden afgelost vóór 30 april 2021. Appellant stelde dat dit onrechtvaardig was en in strijd met het evenredigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel en verbod op willekeur, en dat de wettelijke bepaling buiten toepassing moest worden gelaten.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de wetgever bewust heeft gekozen om alleen schulden die na het ontvangen van een herstelbedrag zijn afgelost te compenseren, om te voorkomen dat herstelgeld wordt gebruikt om schulden te voldoen en incassomaatregelen te voorkomen. De regeling is bedoeld om een nieuwe start mogelijk te maken en niet om onrecht uit het verleden volledig te herstellen. De Afdeling concludeerde dat de wetgever de door appellant genoemde omstandigheden heeft voorzien en dat het betoog niet slaagt.
Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.