ECLI:NL:RVS:2025:3572
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning paviljoen en uitweg in Landsmeer
Het college van burgemeester en wethouders van Landsmeer verleende op 3 maart 2022 een omgevingsvergunning aan vergunninghoudster voor het bouwen van een paviljoen met restaurant, buitenterras, aanleggelegenheden voor boten en een steiger, alsmede het aanleggen van een uitweg op een perceel met bestemming Water en Sport. Appellant, wonende op circa 3 kilometer afstand, maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het relativiteitsvereiste aan vernietiging van het besluit in de weg stond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de zitting op 18 juni 2025 werden partijen gehoord.
De Afdeling overwoog dat de aanvraag was ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zodat de oude Wabo van toepassing bleef. Verder werd bevestigd dat vergunninghoudster belanghebbende is bij het besluit. Nieuwe beroepsgronden die appellant in hoger beroep aanvoerde, werden niet inhoudelijk behandeld omdat dit niet toegestaan is tenzij andere belanghebbenden daardoor niet worden benadeeld.
De Afdeling oordeelde dat appellant onvoldoende belang had bij zijn betogen over parkeeroverlast en natuurbescherming, mede vanwege de afstand tot het project en het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.