ECLI:NL:RVS:2025:3621
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
De minister van Asiel en Migratie wees op 16 oktober 2024 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 maart 2025 het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering van de minister, en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 1 augustus 2025 dat het hoger beroep ongegrond is, omdat de minister niet deugdelijk had gemotiveerd hoe de slechte humanitaire situatie in Jemen en andere relevante omstandigheden werden meegewogen in de beoordeling onder artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten aan betrokkene. De uitspraak benadrukt het belang van een volledige en zorgvuldige motivering bij beslissingen over verblijfsvergunningen op grond van asielrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.