ECLI:NL:RVS:2025:3626
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant bij besluit van 8 juli 2025 in bewaring. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 23 juli 2025 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling constateerde dat appellant niet had toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor geen inhoudelijk oordeel kon worden gegeven.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 4 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd verweer.