ECLI:NL:RVS:2025:3643
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod en vertrekopdracht Europese Unie na hoger beroep
Appellant is bij besluit van 10 juni 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en is een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Hiertegen heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 17 april 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De Afdeling ziet geen noodzaak tot verdere motivering omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod en vertrekbevel worden bevestigd.