ECLI:NL:RVS:2025:3646
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging buiten behandeling stellen asielaanvraag tijdelijke bescherming
Betrokkene, afkomstig uit Azerbeidzjan en tijdelijk beschermd op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat betrokkene niet reageerde op een vragenformulier over het doorzetten van de procedure.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen. De minister ging hiertegen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat het niet beantwoorden van het vragenformulier geen reden is om de aanvraag buiten behandeling te stellen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene. Hiermee wordt de bescherming van asielzoekers met tijdelijke bescherming gewaarborgd tegen voortijdige beëindiging van hun procedure.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.