ECLI:NL:RVS:2025:3648
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 2 mei 2025 niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, welke op 18 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging in hoger beroep bij de Raad van State en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 4 augustus 2025 de voorlopige voorziening toegewezen. Dit houdt in dat verzoeker niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De beslissing is genomen op basis van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt en griffier R.T. Gazai.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.