ECLI:NL:RVS:2025:3652
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na onvoldoende motivering minister
Bij besluit van 1 november 2024 wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van appellant om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van haar uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl appellant incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister niet deugdelijk had gemotiveerd hoe zij de slechte humanitaire situatie in Jemen, in combinatie met andere relevante omstandigheden, weegt in het kader van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn.
Het hoger beroep van de minister en het incidenteel hoger beroep van appellant werden ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een volledige en zorgvuldige motivering door bestuursorganen bij het beoordelen van asielaanvragen, met name bij toepassing van uitzonderingsgronden in internationale richtlijnen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister en het incidenteel hoger beroep van appellant ongegrond.