ECLI:NL:RVS:2025:3654
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na onvoldoende motivering minister
Bij besluit van 2 september 2024 wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl betrokkene incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de humanitaire situatie in Jemen niet voldeed aan de uitzonderlijke omstandigheden van artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde zowel het hoger beroep van de minister als het incidenteel hoger beroep van betrokkene ongegrond. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het besluit en verklaart de beroepen ongegrond.