ECLI:NL:RVS:2025:3656
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielzaak
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 6 augustus 2024 is afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 4 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 4 augustus 2025 besloten om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit houdt in dat verzoeker niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, specifiek de kosten van rechtsbijstand door een derde.
Deze beslissing is genomen met toepassing van artikel 8:81 en Pro 8:83 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van verzoeker in het kader van het asielrecht en de procedurele waarborgen zijn meegewogen. De uitspraak bevestigt de bescherming van verzoeker gedurende de beroepsprocedure tegen uitzetting en waarborgt zijn toegang tot noodzakelijke voorzieningen.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet en krijgt opvang en verstrekkingen tot het hoger beroep is beslist; minister vergoedt proceskosten.