ECLI:NL:RVS:2025:3667
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.F. de Groot
- J. Gundelach
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing omgevingsvergunningen Mortiere woningbouwprojecten Middelburg
De zaak betreft beroepen van een appellant tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Middelburg waarbij omgevingsvergunningen voor woningbouwprojecten Mortiere fasen 9B, 9D en 9E in stand zijn gelaten. De appellant vreesde negatieve hydrologische gevolgen, met name wateroverlast op zijn perceel, en betoogde dat de vergunningen niet voldeden aan de voorwaardelijke verplichting uit de uitwerkingsplannen.
Na eerdere vernietiging van eerdere besluiten door de Afdeling bestuursrechtspraak in januari 2024, heeft het college op 9 april 2024 nieuwe besluiten genomen met aanvullende voorschriften en maatregelen om negatieve hydrologische gevolgen te voorkomen. Deze maatregelen zijn onderbouwd met rapportages van Arcadis en BZ Ingenieurs & Managers.
De appellant voerde diverse bezwaren aan tegen de inhoud en effectiviteit van de maatregelen, waaronder kritiek op de gehanteerde normen, afvoerlocaties, en technische details van de waterafvoerinstallaties. De Afdeling heeft deze gronden onderzocht en geoordeeld dat de rapportages en maatregelen voldoende zijn en dat het college terecht heeft geoordeeld dat de vergunningen voldoen aan de voorwaardelijke verplichtingen.
De Afdeling benadrukte dat de beoordeling zich beperkt tot de bestuursrechtelijke toetsing en niet ingaat op civielrechtelijke schadevorderingen. De beroepen zijn ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen de omgevingsvergunningen voor Mortiere fasen 9B, 9D en 9E zijn ongegrond verklaard en de vergunningen blijven in stand.