ECLI:NL:RVS:2025:371
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 juni 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 9 april 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 november 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en vastgesteld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De Raad van State bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe vragen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.