ECLI:NL:RVS:2025:3721

Raad van State

Datum uitspraak
7 augustus 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
202405995/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.J.M. Ristra-Peeters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken bijkomende afhankelijkheid

Bij besluit van 7 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van een referent om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Dit besluit werd op 22 februari 2023 in bezwaar gehandhaafd en vervolgens op 28 augustus 2024 door de rechtbank Den Haag bevestigd.

Appellanten stelden in hoger beroep dat het niet vereist is dat een vreemdeling zonder referent niet zelfstandig kan functioneren om bijkomende elementen van afhankelijkheid aan te nemen. De Afdeling bestuursrechtspraak verwijst naar een eerdere uitspraak waarin dit is bevestigd, maar oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat tussen appellanten en referent geen bijkomende afhankelijkheid bestaat.

Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, mede omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de eerdere uitspraak, waarbij de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt bevestigd.

Uitspraak

202405995/1/V3.
Datum uitspraak: 7 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant 1] en [appellant 2],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 28 augustus 2024 in zaak nr. NL23.8437 in het geding tussen:
appellanten
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 7 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van referent om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 22 februari 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door referent en appellanten gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 28 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door referent en appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. H.J. Janse, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Appellanten betogen terecht dat voor het aannemen van bijkomende elementen van afhankelijkheid niet is vereist dat een vreemdeling zonder een referent niet zelfstandig kan functioneren. De Afdeling verwijst naar haar uitspraak van 18 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3275, onder 3.3. De rechtbank heeft echter op basis van alle omstandigheden van het geval, in samenhang bezien, terecht overwogen dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat tussen appellanten en referent geen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.C.M. van Trappen, griffier.
w.g. Ristra-Peeters
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Trappen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2025
985