ECLI:NL:RVS:2025:373

Raad van State

Datum uitspraak
31 januari 2025
Publicatiedatum
31 januari 2025
Zaaknummer
202500336/3/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting en beëindiging opvang vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 oktober 2023 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 december 2024 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. De vreemdeling ging in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Op 20 januari 2025 werd bij ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen beëindiging van opvang en verstrekkingen op 21 januari 2025 achterwege blijft. In de onderhavige uitspraak op 31 januari 2025 bepaalt de voorzieningenrechter dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden, omdat deze reeds bij de ordemaatregel zijn toegewezen.

Deze voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen uitzetting en het verlies van opvang en verstrekkingen gedurende de procedure van het hoger beroep, waarmee de rechter een belangrijke waarborg biedt in het vreemdelingenrecht.

Uitkomst: De vreemdeling wordt voorlopig niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

202500336/3/V1.
Datum uitspraak: 31 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 23 december 2024 in zaak nr. NL23.37095 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 30 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 23 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 20 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:183, heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen beëindiging van de opvang en verstrekkingen op 21 januari 2021 achterwege blijft.
Overwegingen
1.       De voorzieningenrechter doet nu uitspraak op het resterende deel van het verzoek om voorlopige voorziening. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.       De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De voorzieningenrechter heeft de minister namelijk al bij het treffen van de ordemaatregel tot vergoeding van de proceskosten van het verzoek veroordeeld.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2025
574-1095