ECLI:NL:RVS:2025:373
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en beëindiging opvang vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 oktober 2023 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 december 2024 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. De vreemdeling ging in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 20 januari 2025 werd bij ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen beëindiging van opvang en verstrekkingen op 21 januari 2025 achterwege blijft. In de onderhavige uitspraak op 31 januari 2025 bepaalt de voorzieningenrechter dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden, omdat deze reeds bij de ordemaatregel zijn toegewezen.
Deze voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen uitzetting en het verlies van opvang en verstrekkingen gedurende de procedure van het hoger beroep, waarmee de rechter een belangrijke waarborg biedt in het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: De vreemdeling wordt voorlopig niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.