ECLI:NL:RVS:2025:3730
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Op 15 februari 2024 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van appellant voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Appellant maakte bezwaar, dat op 10 maart 2025 ongegrond werd verklaard door de minister. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 17 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, mede omdat de rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 9 juli 2025.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 7 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.