ECLI:NL:RVS:2025:3776
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering verblijfsvergunning asiel na vernietiging rechtbank
Bij besluit van 22 oktober 2024 wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 juli 2025 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen vier weken een verblijfsvergunning van vijf jaar te verlenen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen.
Hierdoor hoeft de minister de verblijfsvergunning niet te verlenen totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Soffers op 13 augustus 2025.
Uitkomst: De minister hoeft de verblijfsvergunning niet te verlenen totdat het hoger beroep is beslist.