ECLI:NL:RVS:2025:3784
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in hoger beroep
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke op 25 september 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat op 9 december 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 16 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overweegt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Tevens verwijst zij naar een eerdere uitspraak van 9 juli 2025 waarin een vergelijkbare rechtsvraag is beantwoord.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer op 12 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.