ECLI:NL:RVS:2025:3788

Raad van State

Datum uitspraak
12 augustus 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
202404646/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Schipper-Spanninga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel

Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag bij besluit van 7 juni 2024 niet in behandeling genomen. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 juli 2024 ongegrond verklaarde.

Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In hoger beroep is het interstatelijk vertrouwensbeginsel betrokken, waarbij verwezen wordt naar een eerdere uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3305). De Afdeling oordeelt dat de grief van appellant slaagt en verklaart het hoger beroep gegrond.

De Afdeling vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van de staatssecretaris. Tevens wordt de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Uitkomst: Het besluit om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.

Uitspraak

202404646/1/V3.
Datum uitspraak: 12 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 17 juli 2024 in zaak nr. NL24.23826 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 7 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 17 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. V.M. Oliana, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft op verzoek van de Afdeling nadere schriftelijke inlichtingen gegeven.
Overwegingen
1.       De door appellant in zijn enige grief opgeworpen rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België, heeft de Afdeling beantwoord in haar uitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3305, onder 5 tot en met 5.7. De overwegingen in die uitspraak zijn hier van overeenkomstige toepassing. Hieruit volgt dat de grief slaagt.
2.       Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep is gegrond en de Afdeling vernietigt het besluit van 7 juni 2024. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 17 juli 2024 in zaak nr. NL24.23826;
III.      verklaart het beroep gegrond;
IV.      vernietigt het besluit van 7 juni 2024, V-[…];
V.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.721,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.A. de Jong, griffier.
w.g. Schipper-Spanninga
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Jong
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2025
981