ECLI:NL:RVS:2025:3788
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag bij besluit van 7 juni 2024 niet in behandeling genomen. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 juli 2024 ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In hoger beroep is het interstatelijk vertrouwensbeginsel betrokken, waarbij verwezen wordt naar een eerdere uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3305). De Afdeling oordeelt dat de grief van appellant slaagt en verklaart het hoger beroep gegrond.
De Afdeling vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van de staatssecretaris. Tevens wordt de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.