ECLI:NL:RVS:2025:3305
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt dat minister niet mag uitgaan van interstatelijk vertrouwensbeginsel voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen in België
Betrokkene, een Afghaanse man geboren in 2001, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die door de minister niet in behandeling werd genomen omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België nog van toepassing was.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen in België. Ondanks toezeggingen zijn er onvoldoende opvangplaatsen beschikbaar, en is het perspectief op verbetering afwezig. Ook is de toegang tot effectieve rechtsbescherming gebrekkig, doordat Belgische autoriteiten rechterlijke uitspraken niet naleven en dwangsommen niet betalen.
De Belgische autoriteiten tonen een onverschillige houding door het afbouwen van opvangcapaciteit en het ontbreken van effectieve maatregelen zoals leefgeld of spreidingsplannen. Hierdoor loopt betrokkene bij terugkeer een reëel risico op een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie in strijd met artikel 4 van Pro het EU Handvest en artikel 3 van Pro het EVRM.
De minister mag daarom niet langer uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België in deze context. Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard, en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van gronden. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De minister mag niet langer uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België vanwege structurele tekortkomingen in opvang en rechtsbescherming, waardoor het hoger beroep wordt afgewezen.