ECLI:NL:RVS:2025:3793
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke op 22 juni 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen werd bezwaar gemaakt, dat op 26 februari 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 13 mei 2025 de afwijzing bevestigde.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De rechtsvraag was reeds eerder door de Afdeling beantwoord in een vergelijkbare zaak.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van M.J.M. Ristra-Peeters op 12 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.