ECLI:NL:RVS:2025:3795
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij verblijfsvergunning asiel
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 26 februari 2025 niet in behandeling werd genomen. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 maart 2025 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure liet de minister weten dat appellant met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van appellant gaf, ondanks de gelegenheid daartoe, geen aanwijzingen dat er nog contact met appellant was. De Afdeling concludeerde hieruit dat appellant geen bescherming meer zoekt in Nederland en daarmee geen belang heeft bij een beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.