ECLI:NL:RVS:2025:3827
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing openbaarmaking overplaatsingsbeslissing gedetineerde op grond van Woo
Appellant, die in detentie zat, verzocht op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van alle informatie over zijn overplaatsing naar een andere penitentiaire inrichting en de bijbehorende besluitvorming en onderzoeken. De minister weigerde dit verzoek aanvankelijk op grond van artikel 5.1 van de Woo vanwege bijzondere persoonsgegevens en wijzigde later de grondslag naar artikel 8.8 Woo, stellende dat de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) exclusief van toepassing is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de Woo niet van toepassing is op tenuitvoerleggingsgegevens zoals die van appellant, omdat deze onder de Wjsg vallen. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank de Woo te beperkt toepaste, maar de Afdeling bestuursrechtspraak onderschreef het oordeel van de rechtbank en verduidelijkte dat gegevens die betrekking hebben op de uitvoering van strafrechtelijke beslissingen, zoals overplaatsingen, als tenuitvoerleggingsgegevens kwalificeren.
Verder betoogde appellant dat hij recht had op proceskostenvergoeding omdat de minister in bezwaar de grondslag van het besluit wijzigde, maar de Afdeling oordeelde dat dit geen wijziging van het rechtsgevolg betekende en dat er geen sprake was van herroeping. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot openbaarmaking bevestigd.