ECLI:NL:RVS:2025:3844
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- W. den Ouden
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inzageverzoek persoonsgegevens en bevoegdheid Commissie Bezwaarschriften gemeente Het Hogeland
Op 17 juni 2021 verzocht appellant de Commissie Bezwaarschriften gemeente Het Hogeland om inzage in de verwerking van haar persoonsgegevens op grond van artikel 15 AVG Pro. Het college reageerde op 16 juli 2021 en verstrekte 95 documenten met persoonsgegevens. Het college erkende later dat de Commissie verwerkingsverantwoordelijke was en legde het bezwaar van appellant gedeeltelijk gegrond.
De Commissie verklaarde het bezwaar op 14 januari 2022 ongegrond en bekrachtigde het besluit van het college. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond en veroordeelde de Staat tot vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bevoegdheidsgebrek in het besluit van het college was hersteld door het besluit van de Commissie en dat appellant niet in haar belangen was geschaad. De Afdeling verwierp het beroep op een dwangsom wegens tijdigheid omdat het college tijdig had beslist. Hoewel appellant stelde dat de hoorplicht was geschonden, werd dit gebrek gepasseerd omdat appellant haar standpunten in beroep en hoger beroep kon toelichten.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat de verstrekte lijst van 95 documenten voldeed aan artikel 15 AVG Pro en dat appellant met de overzichten in staat is de rechtmatigheid van de verwerking te controleren. Het beroep werd ongegrond verklaard. De Commissie werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.