ECLI:NL:RVS:2025:3871
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving bouwactiviteiten en vergunningen in Rotterdam
De Vereniging van Eigenaren (VvE) van een pand in Rotterdam verzocht het college van burgemeester en wethouders om handhavend op te treden tegen verbouwingswerkzaamheden die zonder vergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning waren uitgevoerd. Het college wees dit verzoek in 2020 af en verklaarde het bezwaar in 2021 ongegrond. De rechtbank vernietigde in 2023 dit besluit deels en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen.
De VvE ging in hoger beroep tegen de tussenuitspraak en einduitspraak van de rechtbank. De Raad van State oordeelde dat het college ten onrechte had aangenomen dat geen overtredingen waren gepleegd bij het verplaatsen van een doorbraak en het aanbrengen van een dragende houten balk. Ook werd vastgesteld dat het college ten onrechte geen omgevingsvergunning had verleend voor het vervangen van een draagbalk, maar deze vergunning werd later alsnog verleend.
Verder concludeerde de Raad dat het college de VvE ten onrechte niet had gehoord bij het besluit op bezwaar, maar dat dit gebrek niet tot vernietiging leidt vanwege het ontbreken van nadeel. De Raad vernietigt het besluit van 8 mei 2023 en eerdere uitspraken voor zover deze niet de genoemde punten betreffen en legt het college op een nieuw besluit te nemen. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd met opdracht tot het nemen van een nieuw besluit.