ECLI:NL:RVS:2025:3891
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellanten hebben een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 18 januari 2024 is afgewezen. De rechtbank heeft bij uitspraak van 10 december 2024 het beroep van appellanten tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Hiertegen hebben appellanten hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hogerberoepschrift hebben appellanten nagelaten concreet aan te geven op welke punten de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn en waarom. Dit is een vereiste op grond van artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De Afdeling constateert dat het hogerberoepschrift niet voldoet aan deze wettelijke eisen, waardoor zij geen inhoudelijk oordeel kan geven over het hoger beroep.
Gelet hierop verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens wordt bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van mr. C.M. Wissels op 14 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een deugdelijke motivering.