ECLI:NL:RVS:2025:3896
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 27 februari 2025 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het door verzoeker ingestelde beroep tegen deze afwijzing op 28 juli 2025 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 13 augustus 2025 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat verzoeker opvang en verstrekkingen ontvangt gedurende deze periode. De minister is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van €907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen met toepassing van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met eerdere jurisprudentie van de Afdeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan en ondertekend door voorzieningenrechter J.H. van Breda en griffier N. Capel LLM.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.