ECLI:NL:RVS:2025:3916

Raad van State

Datum uitspraak
19 augustus 2025
Publicatiedatum
15 augustus 2025
Zaaknummer
BRS.25.001006
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank over geboortedatum verblijfsvergunning asiel

Bij besluit van 8 november 2023 verleende de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Betrokkene stelde beroep in tegen dat besluit, met name over de vaststelling van zijn geboortedatum. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde de geboortedatum vast op 1 januari 2006, en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moest uitreiken met deze geboortedatum.

De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie via zijn advocaat.

De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de minister de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren zolang het hoger beroep loopt. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 19 augustus 2025.

Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank over de geboortedatum niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

BRS.25.001006
Datum uitspraak: 19 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 8 juli 2025 in zaak nr. NL23.36094 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 8 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
Bij uitspraak van 8 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd voor zover dat gaat over de geboortedatum van betrokkene, de geboortedatum van betrokkene vastgesteld op 1 januari 2006 en bepaald dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit aan betrokkene moet uitreiken waarin deze geboortedatum is vermeld.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. V. Senczuk, advocaat in Utrecht, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.        De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op haar hoger beroep heeft beslist.
2.        Gelet op de belangen die de minister en betrokkene naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.        De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.D. Salverda, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Salverda
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2025
992