ECLI:NL:RBDHA:2025:12095
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit leeftijdsregistratie vreemdeling en vaststelling minderjarigheid
Eiser, met de Eritrese nationaliteit, stelde minderjarig te zijn en gaf 1 januari 2006 op als geboortedatum bij zijn asielaanvraag. De minister verwierp deze verklaring en ging uit van een meerderjarige leeftijd, gebaseerd op leeftijdsregistraties in Italië en een leeftijdsschouw. De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij niet van de door eiser gestelde minderjarigheid is uitgegaan.
De minister baseerde zich op informatie van Italiaanse autoriteiten en een aangepaste geboortedatum van 1 mei 2003, maar kon niet adequaat onderbouwen waarom deze registratie zwaarder moest wegen dan de verklaringen en indicatieve bewijzen van eiser. Ook werd onvoldoende gebruikgemaakt van de geldende werkinstructies voor leeftijdsbepaling, waaronder de mogelijkheid voor de vreemdeling om zijn minderjarigheid aannemelijk te maken.
De rechtbank stelt vast dat de minister tekort is geschoten in het onderzoek en de motivering, onder meer doordat vervolgonderzoek achterwege bleef en de Italiaanse autoriteiten niet volledig werden bevraagd. Gezien de twijfel en de aanwijzingen voor minderjarigheid, moet het vermoeden van minderjarigheid gelden. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en stelt de geboortedatum van eiser vast op 1 januari 2006. De minister krijgt zes weken om een nieuw besluit uit te reiken. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en stelt de geboortedatum van eiser vast op 1 januari 2006.