ECLI:NL:RVS:2025:3978
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit toeslagpartner en afwijzing verzoek kindgebonden budget hoger beroep
Appellante was gehuwd tot 2017 en heeft twee kinderen uit dat huwelijk. Vanaf 7 februari 2017 woont zij met haar kinderen samen met een gemachtigde, die door de Dienst Toeslagen als toeslagpartner is aangemerkt. De Dienst Toeslagen heeft op basis van het gezamenlijke inkomen van appellante en gemachtigde het kindgebonden budget over meerdere jaren definitief vastgesteld en terugvorderingen ingesteld.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat de gemachtigde ten onrechte als toeslagpartner was aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen terecht de gemachtigde als toeslagpartner beschouwde, omdat de wetgever toeslagpartnerschap bij ongehuwd samenwonenden met kinderen uit eerdere relaties beoogt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat zij niet was uitgenodigd voor de mondelinge behandeling en dat de rechtbank het belang van haar beroep niet volledig had onderkend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren, bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de procedures niet langer dan vier jaar hebben geduurd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.