ECLI:NL:RVS:2025:4016
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering mvv-toewijzing in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 april 2023 de aanvraag van betrokkene om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na een ongegrond verklaard bezwaar op 24 april 2024, verklaarde de rechtbank Den Haag op 18 juli 2025 het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het eerdere besluit en beval de minister binnen vier weken een mvv te verlenen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter overwoog dat vanwege een prejudiciële vraag over het inburgeringsvereiste in het buitenland nader onderzoek nodig is, waarvoor deze procedure niet geschikt is.
Daarom werd de voorlopige voorziening getroffen dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.