ECLI:NL:RVS:2025:4018

Raad van State

Datum uitspraak
20 augustus 2025
Publicatiedatum
20 augustus 2025
Zaaknummer
BRS.25.001020
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M. den Heyer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting en presentatie bij diplomatieke vertegenwoordiging afgewezen

Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie op 11 maart 2025 is afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 10 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waarbij is bepaald dat verzoeker niet mag worden uitgezet en niet mag worden gepresenteerd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Gambia zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, ter hoogte van € 907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De uitspraak is gedaan op 20 augustus 2025 door voorzieningenrechter M. den Heyer in aanwezigheid van griffier S. van Driesten. De voorlopige voorziening beschermt verzoeker tegen uitzetting en presentatie totdat het hoger beroep is afgerond.

Uitkomst: Verzoeker wordt voorlopig niet uitgezet en niet gepresenteerd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Gambia totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

BRS.25.001020
Datum uitspraak: 20 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 10 juli 2025 in zaak nr. NL25.16397 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 11 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 10 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoeker heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.        Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist, dat hij opvang en verstrekkingen krijgt en dat hij niet mag worden gepresenteerd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van zijn land van herkomst.
2.        Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.        De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet en dat hij niet mag worden gepresenteerd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Gambia, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. van Driesten, griffier.
w.g. Den Heyer
voorzieningenrechter
w.g. Van Driesten
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2025
1048