ECLI:NL:RVS:2025:4024
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen uitspraak rechtbank over grensdetentie en vrijheidsontnemende maatregel
De minister van Asiel en Migratie legde op 15 november 2024 aan betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel op. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 januari 2025 het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en beoordeelde het beroep zelf. De Afdeling oordeelde dat het oordeel van de rechtbank dat het JCS geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van de Opvangrichtlijn onjuist was, en dat de tenuitvoerlegging van de grensdetentie niet onrechtmatig was.
Verder verwierp de Afdeling de beroepsgronden van betrokkene dat de vrijheidsbeperkende maatregel niet was opgeheven en dat zij niet door een advocaat was voorbereid op de asielgehoor. De Afdeling verklaarde het beroep van de minister gegrond, het beroep van betrokkene ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.