ECLI:NL:RVS:2025:4031
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Appellant heeft bij besluit van 12 oktober 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat bij besluit van 8 februari 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 2 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De rechtsvraag is reeds eerder door de Afdeling beantwoord in een uitspraak van 9 juli 2025.
Daarom leidt het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.