ECLI:NL:RVS:2025:4054
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Op 17 juni 2025 wees de minister van Asiel en Migratie het verzoek van verzoeker om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 augustus 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd bepaald dat verzoeker opvang en verstrekkingen moet ontvangen gedurende deze periode. De minister werd tevens veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 25 augustus 2025 door voorzieningenrechter M. Soffers, in aanwezigheid van griffier J.W. Prins. Hiermee wordt de rechtspositie van verzoeker tijdelijk beschermd totdat het hoger beroep inhoudelijk is behandeld.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.