ECLI:NL:RVS:2025:4056
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister na afwijzing beroep rechtbank
Op 14 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam. De rechtbank heeft op 8 augustus 2025 het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze heeft op 25 augustus 2025 het hoger beroep behandeld en geconcludeerd dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De Afdeling ziet geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van mr. M. den Heyer.
Uitkomst: De bewaring van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.