ECLI:NL:RVS:2025:4163
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Op 6 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van appellant om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verkrijgen afgewezen. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat op 12 maart 2025 door de minister ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, die op 24 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, mede omdat de betreffende rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in een uitspraak van 9 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3171).
Daarom leidt het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.