ECLI:NL:RVS:2025:4165
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel aanvraag
De minister van Asiel en Migratie nam op 16 april 2025 een besluit om de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 augustus 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg nader onderzoek te doen naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Polen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verwees naar haar eerdere uitspraak van 14 augustus 2025 waarin het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Polen werd behandeld. Op basis daarvan oordeelde de Afdeling dat de grief van de minister slaagt, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van J.H. van Breda, op 1 september 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.