ECLI:NL:RVS:2025:4165

Raad van State

Datum uitspraak
1 september 2025
Publicatiedatum
29 augustus 2025
Zaaknummer
BRS.25.001095
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel aanvraag

De minister van Asiel en Migratie nam op 16 april 2025 een besluit om de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 augustus 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg nader onderzoek te doen naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Polen.

De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verwees naar haar eerdere uitspraak van 14 augustus 2025 waarin het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Polen werd behandeld. Op basis daarvan oordeelde de Afdeling dat de grief van de minister slaagt, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond.

De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van J.H. van Breda, op 1 september 2025.

Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.

Uitspraak

BRS.25.001095
Datum uitspraak: 1 september 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 12 augustus 2025 in zaak nr. NL25.18030 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 16 april 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 12 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, de minister opgedragen nader onderzoek te doen naar de vraag of voor betrokkene kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Polen, en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. M.K. Bulthuis, advocaat in Groningen, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.        De in de enige grief opgeworpen rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Polen, heeft de Afdeling in haar uitspraak van 14 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3800, beantwoord. De overwegingen in die uitspraak zijn hier ook van toepassing. Hieruit vloeit voort dat de grief slaagt.
2.        Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.        vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 12 augustus 2025 in zaak nr. NL25.18030;
III.        verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.
w.g. Van Breda
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Nederhoff
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 september 2025
644-1149