ECLI:NL:RVS:2025:4208
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.T.J.M. Jurgens
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Herroeping machtiging binnentreden woning wegens gebrek aan urgentie en toekenning schadevergoeding
Appellante, eigenaar van een woning in Rotterdam, kreeg te maken met een machtiging tot binnentreden door de burgemeester vanwege bouwkundige gebreken aan het pand. Na een last tot bestuursdwang en tijdelijke stabilisering wilde de gemeente een inspectie laten uitvoeren. Appellante was niet beschikbaar op de voorgestelde data en stelde voorwaarden voor toelating van een constructeur.
De burgemeester gaf op 10 juli 2023 een machtiging tot binnentreden af, die door de rechtbank werd bevestigd. Appellante stelde echter dat er geen sprake was van een urgente situatie die dit rechtvaardigde, aangezien de tijdelijke stabilisering nog niet was uitgewerkt en het binnentreden vooral diende voor een second opinion.
De Raad van State oordeelde dat het binnentreden een ingrijpend middel is dat alleen bij urgente situaties mag worden ingezet. Hoewel de bouwkundige gebreken ernstig waren, was er geen acute noodzaak voor de inspectie op de opgelegde data. De wijze van communicatie en het ontbreken van overleg met appellante waren onzorgvuldig. De machtiging werd daarom herroepen.
Daarnaast kende de Raad van State appellante een schadevergoeding toe van €2.956,03 voor materiële schade veroorzaakt door het onrechtmatige besluit, maar wees de vergoeding voor immateriële schade af wegens onvoldoende onderbouwing. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan appellante toegekend.
Uitkomst: De machtiging tot binnentreden wordt herroepen en appellante krijgt een schadevergoeding van €2.956,03 toegekend.