ECLI:NL:RVS:2025:4254
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
Appellant heeft bij besluit van 30 mei 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 augustus 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de feitelijke toegankelijkheid tot het land van herkomst geen onderdeel uitmaakt van de asielbeoordeling.
Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, waardoor verdere motivering achterwege kon blijven. De Afdeling wees het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.