ECLI:NL:RVS:2025:4266
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens verlening verblijfsvergunning mvv-aanvraag
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv-aanvraag). De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de minister verplicht binnen een termijn een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Tijdens de procedure verleende de minister ambtshalve een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan appellant als gezinslid van de referent. Hierdoor was het belang bij het hoger beroep komen te vervallen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van belang. Wel veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten die appellant in hoger beroep heeft gemaakt, met toepassing van een wegingsfactor vanwege het beperkte belang van het hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, op 4 september 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang na verlening verblijfsvergunning; minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.