ECLI:NL:RVS:2024:570
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing asielaanvraag na verlening verblijfsvergunning
Bij besluit van 20 september 2022 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag van de vreemdeling af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 mei 2023 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen het oordeel van de rechtbank dat zij niet had aangetoond een aangifte van ontvoering door Al-Shabaab te hebben gedaan. Tijdens het hoger beroep verleende de staatssecretaris op 20 oktober 2023 alsnog een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan de vreemdeling.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling met deze vergunning het doel van de procedure heeft bereikt en daarom geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep. Ook de vraag over proceskostenvergoeding leidt niet tot een inhoudelijke behandeling.
De Raad onderzoekt of de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten moet worden veroordeeld, maar concludeert dat geen aanleiding bestaat omdat de staatssecretaris niet tegemoet is gekomen aan het betoog van de vreemdeling en het belang bij een uitspraak niet anderszins is vervallen.
Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt de staatssecretaris niet tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de vreemdeling inmiddels een verblijfsvergunning heeft gekregen.