ECLI:NL:RVS:2025:4267
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over grensdetentie en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 30 oktober 2024 legde de minister van Asiel en Migratie aan betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel op. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, oordeelde dat de grensdetentie onrechtmatig was en beval opheffing van de maatregel met toekenning van schadevergoeding.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol wel een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van de Opvangrichtlijn, waardoor de grensdetentie rechtmatig was.
Betrokkene voerde aan dat de vrijheidsontnemende maatregel niet in een voor hem begrijpelijke taal was uitgereikt en dat de grensdetentie onnodig was. De Afdeling verwierp deze gronden, stelde dat een informatiefolder in het Frans met tolk voldoende was en dat het belang van grensbewaking een zwaarder middel rechtvaardigde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.