ECLI:NL:RVS:2025:4282
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens vertrek appellant
Appellant heeft bij besluit van 16 januari 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure heeft de minister gemeld dat appellant met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten, en de gemachtigde van appellant verklaarde geen contact meer met hem te hebben. De Afdeling concludeerde hieruit dat appellant geen bescherming meer zoekt in Nederland en daarom geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek tot proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 8 september 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang door vertrek van appellant.