ECLI:NL:RVS:2025:4324
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatievergunning autoverhuurbedrijf wegens slecht levensgedrag
De burgemeester van Breda weigerde op 30 december 2021 een exploitatievergunning voor het autoverhuurbedrijf van appellant vanwege diens slecht levensgedrag, gebaseerd op politiegegevens, justitiële documentatie en een bestuurlijke rapportage. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat het criterium 'slecht levensgedrag' vaag is en in strijd met artikel 10 van Pro de Dienstenrichtlijn, dat verouderde feiten onterecht zijn betrokken en dat de vondst van cocaïne waarvoor hij is vrijgesproken ten onrechte werd meegewogen. De Afdeling oordeelt dat de burgemeester beoordelingsruimte heeft en dat de motivering voldoende inzichtelijk is, waarbij ook oudere feiten een patroon van slecht levensgedrag ondersteunen.
De burgemeester mocht feiten over de bedrijfsvoering en gedragingen van derden betrekken, voor zover deze verband houden met strafbare feiten en het risico op strafbare gedragingen vergroten. De vondst van cocaïne is niet als grond voor weigering gebruikt en blijft buiten beschouwing. Het beroep op onrechtmatig gebruik van politiegegevens faalt, omdat geen onrechtmatigheid is vastgesteld.
De overige gronden, waaronder detournement de pouvoir, slagen niet. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de exploitatievergunning bevestigd.