ECLI:NL:RVS:2025:4326
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken actueel en reëel belang bij handhaving omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Ommen verleende in oktober 2019 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een schuur met de verplichting om binnen zes maanden na gereedkomen een oude schuur te slopen. Appellant, die destijds op een nabijgelegen perceel woonde, verzocht in februari 2022 handhavend op te treden tegen het niet naleven van deze voorschriften door de vergunninghouder. Het college verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat appellant niet als belanghebbende werd gezien.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat eveneens niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat appellant sinds december 2024 niet meer op het nabijgelegen perceel woont en geen actueel en reëel belang meer heeft bij het handhavingsverzoek. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat appellant schade heeft geleden die voor vergoeding in aanmerking komt. Hierdoor ontbreekt het procesbelang en is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling gaat niet inhoudelijk in op de gronden van appellant en veroordeelt het college niet tot proceskostenvergoeding. Het besluit bevestigt dat het recht op hoger beroep niet onbeperkt geldt zonder actueel belang en benadrukt het belang van procesbelang in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel en reëel belang van appellant.