ECLI:NL:RVS:2025:433
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke last onder dwangsom voor recreatief verhuren woning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland legde op 10 mei 2022 een last onder dwangsom op aan appellant vanwege het recreatief verhuren van een vrijstaande woning op een perceel met de bestemming 'Wonen-Vrijstaande Landhuizen'. Appellant verhuurde de woning via websites aan wisselende gebruikers voor kortstondig recreatief verblijf, wat volgens het college niet strookt met het bestemmingsplan dat duurzaam recreatief wonen voorschrijft.
Appellant voerde aan dat de woning voldoet aan de definitie van een recreatiewoning en dat het kortstondige verblijf toegestaan zou zijn. De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat het bestemmingsplan geen definitie van 'recreatief wonen' bevat, maar dat dit begrip een combinatie van recreatie- en woongebruik impliceert. Kortstondig gebruik door steeds wisselende personen betreft recreatie zonder woongebruik en is daarom strijdig met de bestemming.
De Raad van State verwierp de argumenten van appellant, waaronder verwijzingen naar andere bestemmingsplannen en eerdere jurisprudentie, omdat deze niet van toepassing zijn op het perceel in kwestie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft gehandhaafd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft gehandhaafd.