ECLI:NL:RVS:2025:4367
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 27 februari 2025 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van verzoeker ingetrokken. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 23 mei 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde verzoeker hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om verstrekkingen te blijven ontvangen totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld en geconcludeerd dat er geen aanleiding is om verstrekkingen voort te zetten tijdens de procedure. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek afgewezen. Tevens is bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak werd op 12 september 2025 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter M.J.M. Ristra-Peeters, in aanwezigheid van griffier Q. Boon. Hiermee blijft de intrekking van de verblijfsvergunning asiel van kracht gedurende het hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.