ECLI:NL:RVS:2025:4464
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Appellant heeft op 16 oktober 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Vervolgens heeft appellant bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing, dat bij besluit van 6 februari 2024 ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank, welke op 12 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde op 19 september 2025 dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarbij verwees de Afdeling naar een eerdere uitspraak van 4 september 2025 over vergelijkbare rechtsvragen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer, bestaande uit lid M. den Heyer en griffier M.H.M. Boom.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.