ECLI:NL:RVS:2025:4285
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning regulier voor zelfstandige Turkse onderdaan
Appellant, een Turkse onderdaan, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om als zelfstandige in Nederland te werken. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek op 26 mei 2023 af vanwege het ontbreken van een mvv-vergunning. Appellant maakte bezwaar, dat op 18 maart 2024 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit op 12 juni 2025.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij vrijstelling van het mvv-vereiste moest krijgen vanwege de negatieve gevolgen voor zijn bedrijf en werkzaamheden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het mvv-vereiste een toegestane aanscherping is op grond van artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EEG-Turkije, gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang zoals het voorkomen van illegale arbeid.
De Afdeling vond dat appellant geen verblijfsrecht heeft om als zelfstandige te werken, waardoor zijn activiteiten illegaal zijn. Het hoger beroep bevatte geen vragen die rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin vereisten, zodat verdere motivering achterwege bleef. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.